Néerlandais dans le secondaire/la ville : les bâtiments : traduction (correction)

Un livre de Wikibooks.

Les énnoncés sont sur néerlandais : la ville : les bâtiments : traduction

[modifier] Première série

  1. Hij belt de brandweer (op). (mieux sans le op)
  2. Ik wil een klacht indienen.
  3. We gaan geneesmiddelen bij de apotheek kopen.
  4. We moeten hem naar het ziekenhuis brengen.
  5. Mijn boekenwinkel had geen De Standard meer.
  6. Deze bakker bakt heerlijk/lekker brood.
  7. Mijn oom heeft een Chinees restaurant.
  8. Mijn vader is kapper.
  9. Het gemeentehuis is dichtbij de kerk.
  10. De supermarkt staat 500 meter verderop.

[modifier] Deuxième série

  1. Zaventem is de grootste luchthaven van België
  2. Je moet over het zebrapad oversteken.
  3. Dit kruispunt is gevaarlijk.
  4. Het licht staat op rood.
  5. Deze bakkerij is elke maandag gesloten.
  6. De bank opent om 10 uur.
  7. Hij koopt geeneesmiddelen bij de apotheek.
  8. Mijn broer heeft een boek over Duitsland bij de bibliotheek geleend.
  9. Mijn broer is kapper.
  10. Het kantoor van mijn vader ligt op de derde verdieping.

[modifier] Troisième série

  1. Ik wandel in het park.
  2. Om acht uur zijn er files.
  3. Het gemeentehuis is op vrijdagmiddag gesloten.
  4. Mijn vriend heeft zijn verjaardag in een restaurant gevierd.
  5. Ik ga een klacht bij het politiebureau indienen.
  6. Mijn zus werkt in een kledingnwinkel.
  7. Ik doe elke vrijdagavond boodschappen.
  8. Het licht staat op groen.
  9. De bakkerij ligt op de hoek van de straat.
  10. De slagerij ligt tegenover het zwembad.