Grammaire néerlandaise/le verbe/l'indicatif/le présent

Un livre de Wikilivres.
Sauter à la navigation Sauter à la recherche

La plupart des verbes néerlandais sont réguliers à l'indicatif présent (Onvoltooid tegenwoordige tijd ou OTT en abrégé). Les auxilliaires de temps hebben et zijn ansi que zullen sont irréguliers tout comme les auxilliaires de mode kunnen, mogen, moeten et willen. Komen possède une particularité : le radical s'allonge. Sinon, les autres verbes sont réguliers, mais il faut toutefois ne pas oublier d' appliquer les règles d'orthographe.

Règles générales[modifier | modifier le wikicode]

Le radical est obtenu en enlevant la terminaison -en de l'infinitif, par exemple lachen -> lach. Il y a trois formes:

  1. La première personne du singulier correspond au radical sans terminaison: lach
  2. la deuxième et troisième du singulier au radical suivi de -t: lacht
  3. Aux trois personnes du pluriel, le verbe prend simplement la forme de l'infinitif en -(e)n: lachen

Il faut faire attention à la deuxième personne du singulier lorsque le sujet je ou jij (sujet et non pas adjectif possessif) suit le verbe, alors le -t disparaît:

je lacht
lach je?

La forme polie (u) tant au singulier qu'au pluriel est identique à la troisième personne du singulier.

Surtout en Flandres on utilise gij pour la deuxième personne (sing. et plur, poli et fam.). Au Pays-Bas cette forme est archaïque.

Autres règles[modifier | modifier le wikicode]

  • Deux lettres semblables ne peuvent terminer un mot.
   gaan –> Ik ga
   wachten –> Hij wacht
  • Le "z" se change en "s" et le "v" en "f" s'ils n'ont pas suivis d'une voyelle.
   lezen –> Ik lees
  • Redoublement de la voyelle pour maintenir un son long dans une syllabe fermée.
   nemen –> Ik neem
  • Exception : Zijn, willen, kunnen, mogen

Hebben[modifier | modifier le wikicode]

  • ik heb
  • jij, gij hebt
  • u hebt/ u heeft
  • hij, ze, het heeft
  • we hebben
  • jullie hebben
  • ze hebben

Aux Pays-Bas, on emploie davantage u heeft. Aux Pays-Bas, on rencontre souvent Heeft u? («Avez-vous ?»)

Zijn[modifier | modifier le wikicode]

  • ik ben
  • je bent
  • u bent
  • gij zijt
  • hij, ze, het is <<- sans -t!
  • we zijn
  • jullie zijn
  • u bent
  • ze zijn

u is est une forme archaïque.

Zullen[modifier | modifier le wikicode]

  • ik zal
  • je zal/je zulin
  • u zal/u zult
  • gij zult
  • hij, ze, het zal <<- sans -t!
  • we zullen
  • jullie zullen
  • u zal/u zult
  • ze zullen

Je zal et u zal sont plus familiers que les formes je zult et u zult.

Kunnen[modifier | modifier le wikicode]

  • ik kan
  • je kan/je kunt
  • u kan/u kunt
  • gij kunt
  • hij, ze, het kan <<- sans -t!
  • we kunnen
  • jullie kunnen
  • u kan/u kunt
  • ze kunnen

Mogen[modifier | modifier le wikicode]

  • ik mag
  • je mag
  • u mag
  • gij moogt
  • hij, ze, het mag <<- sans -t!
  • we mogen
  • jullie mogen
  • u mag
  • ze mogen

Moeten[modifier | modifier le wikicode]

  • ik moet
  • je,u,gij moet
  • hij, ze, het moet
  • we moeten
  • jullie moeten
  • u moet
  • ze moeten

Willen[modifier | modifier le wikicode]

  • ik wil
  • je wil OU wilt (je wilt est plus formel)
  • u wil OU wilt
  • gij wilt
  • hij, ze, het wil <<- sans -t!
  • we willen
  • jullie willen
  • ze willen

Komen[modifier | modifier le wikicode]

  • ik kom <<- pas: koom!
  • je komt
  • u komt
  • gij koomt
  • hij, ze, het komt
  • we komen
  • jullie komen
  • ze komen

Verbes réguliers : werken[modifier | modifier le wikicode]

  • ik werk
  • je,u,gij werkt
  • hij, ze, het werkt
  • we werken
  • jullie werken
  • u werkt
  • ze werken

Verbes réguliers : fietsen[modifier | modifier le wikicode]

Racines à syllabes 'longues' et 'courtes' : spelen et spellen[modifier | modifier le wikicode]

L'orthographie néerlandaise utilise un système de double voyelles et consonnes pour indiquer la différence entre par exemple /e/ et /ɛ/, où le français utilise les accents: é et è:

spelen spellen
/e/ (é) /ɛ/ (è)
ik speel spel
jij speelt spelt
hij speelt spelt
wij spelen spellen
jullie spelen spellen
zij spelen spellen

Verbes en -zen et -ven : leven et kiezen[modifier | modifier le wikicode]

Les -z et -v finales sont reduit en -s et -f, comme ils sont prononcés. (Par contre les -g, -b et -d restent intactes)

leven kiezen
ik leef kies
jij leeft kiest
hij leeft kiest
wij leven kiezen
jullie leven kiezen
zij leven kiezen

Verbes en -ten : vechten et praten[modifier | modifier le wikicode]

Parce que l'on écrit pas -tt final, il n'y a que deux formes:

vechten praten
ik vecht praat
jij vecht praat
hij vecht praat
wij vechten praten
jullie vechten praten
zij vechten praten

Verbes en -den : worden, redden et smeden[modifier | modifier le wikicode]

Les racines en d prennent -t, ce qui resulte en -dt final, toujours prononcé /t/.


worden redden smeden
ik word red smeed
jij wordt redt smeedt
hij wordt redt smeedt
wij worden redden smeden
jullie worden redden smeden
zij worden redden smeden

Verbes en -ëren, -ën : kopiëren, skiën[modifier | modifier le wikicode]

kopiëren skiën
ik kopieer skie
jij kopieert skiet
hij kopieert skiet
wij kopiëren skiën
jullie kopiëren skiën
zij kopiëren skiën

Verbes à particules séparables : aankomen[modifier | modifier le wikicode]

direct
  • ik kom .... aan
  • jij/u komt .... aan
  • gij koomt ..... aan
  • hij/zij/het komt .... aan
  • wij komen .... aan
  • jullie komen ..... aan
  • zijn komen ..... aan
indirect
  • (dat) ik .... aankom
  • (dat) jij/u .... aankomt
  • (dat) gij .... aankoomt
  • (dat) hij/zij/het .... aankomt
  • (dat) wij .... aankomen
  • (dat) jullie .... aankomen
  • (dat) zij .... aankomen

Par exemple:

hij komt morgen aan
ik zeg dat hij morgen aankomt

Verbes ne se terminant pas par -en[modifier | modifier le wikicode]

gaan slaan staan doen zien
ik ga sla sta doe zie
jij/u/gij gaat slaat staat doet ziet
hij/zij/het gaat slaat staat doet ziet
wij gaan slaan staan doen zien
jullie gaan slaan staan doen zien
zij gaan slaan staan doen zien