Néerlandais dans le secondaire/la maison : questions : les pièces

Un livre de Wikilivres.
Sauter à la navigation Sauter à la recherche

Répondez aux questions suivantes en néerlandais

  1. Woon je in een huis of een appartement?
  2. Waar zou je liever wonen: in een huis of een appartement?
  3. Hoe laat ga je slapen?
  4. Slaap je zondags uit?
  5. Neem je liever een douche of een bad?
  6. Wat zijn de voor- en nadelen van een bad en een douche?
  7. Maak je thuis het eten klaar?
  8. Doe je de afwas?
  9. Doe je de boodschappen? Wanneer doe je boodschappen?
  10. Heb je een auto? Heb je een garage?
  11. Wat leg je op zolder?
  12. Wat leg je in de kelder?
  13. Neem je liever de trap of de lift? Waarom?
  14. Wat is gezonder: de trap of de lift nemen?